Naar een effectiever bestuurlijk Nederland

10-07-2020
886 keer bekeken 1 reacties

Studiegroep biedt concrete oplossingen voor opgavegerichte samenwerking

kaart regio Zwolle

Door: Dick Molenaar, Regio Zwolle Bureau

Nederland kent een bestuurlijke indeling die al bijna tweehonderd jaar standhoudt. Met de grondwetsherziening van 1848, met Thorbecke als aartsvader, werd de basis gelegd van onze huidige bestuursstructuur. Regionalisering en horizontalisering (de ontwikkeling naar meer gelijkwaardige verhoudingen) knabbelen aan die structuur. Hoewel we de hinderlijke kanten van dit bestuurlijke bouwwerk ervaren, branden we onze vingers liever niet aan een totale omvorming.

De Studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen legt de vinger exact op de goede plek, zoals hiervoor de Studiegroep Maak Verschil ook al deed. Én zij biedt oplossingen voor een pragmatische aanpak die de basisstructuur intact laat. De noodzaak van deze pragmatische verbeteringen wordt in Regio Zwolle aan den lijve gevoeld en volmondig onderschreven.

De studiegroep constateert dat veel gebeurt op de schaal van de regio, maar dat beleid, sturing en instrumentarium hier nog niet liggen. In eigen woorden: de regio is populair, maar tandeloos. Bovendien is sprake van versnippering in regio-indelingen.
De praktijk in Regio Zwolle, een regio die zich uitstrekt over liefst vier provincies, onderstreept dit. Het is lastig opereren in een gebied met vier provincies, die allemaal hun eigen beleid, processen en mores kennen. Langzamerhand wordt de samenwerking tussen regio en provincies echt beter, maar het kost heel wat tijd en bestuurlijke drukte. 

Ook lastig is dat arbeidsmarktregio’s, RES-regio’s en dergelijke allemaal verschillende grenzen hebben. Dat maakt dat we in het Daily Urban System van Regio Zwolle voortdurend met verschillende regelingen en overleggen te maken hebben. Terwijl veel opgaven heel goed passen bij het schaalniveau van Regio Zwolle. De energiestrategie, de aanpak van de arbeidsmarkt, de omgevingsvisie en – agenda, de verstedelijkingsopgave, de organisatie van mobiliteit en bereikbaarheid – het zijn allemaal vraagstukken die het meest effectief aan de vork gestoken kunnen worden in een samenhangend gebied, een samenhangende stedelijke agglomeratie. Zwolle en haar ommeland (van Urk tot Hardenberg) zijn zo’n samenhangend gebied, blijkt uit verschillende studies.

De oplossingen die de studiegroep aandraagt gaan onder meer over het verband tussen opgaven en financiën. Er zou meer geld gekoppeld moeten zijn aan opgaven in regio’s. Daarmee sla je meerdere vliegen in één klap. Ten eerste vergroot je de slagkracht van regio’s, waar opgaven moeten worden gerealiseerd. Ten tweede versterk je de gelijkwaardigheid van de partners, die horizontaal moeten samenwerken. Ten derde ondersteun je de beweging naar meer ruimte voor regionale verschillen, wat nodig is omdat regio’s nu eenmaal verschillende problemen hebben.

De ervaringen in Regio Zwolle met de Regio Deal bevestigen dat dit een goede lijn is. In de samenwerking tussen Rijk, provincies, regio’s en gemeenten kan de regio wel een zetje in de rug gebruiken. De regio heeft beperkte capaciteit, nauwelijks middelen en is afhankelijk van deelnemende partners voor haar legitimiteit. Verdere regionalisering vraagt, nee roept om versterking van de slagkracht van regio’s – en dus van middelen.

Aan de andere kant stelt dat ook eisen aan regionale samenwerking. Waar Regio Zwolle uitmunt in flexibel organiseren, elkaar wat gunnen en krachtige informele netwerken, is haar uitdaging om nieuwe vormen van democratische betrokkenheid en transparantie te vinden. Ook daar geeft de studiegroep zinvolle aanwijzingen. Zij oppert ‘zelfbinding van democratische organen aan gezamenlijke afspraken’. Raden en Staten stellen doelen aan de voorkant en bieden een bandbreedte aan de regio om hieraan te werken. Het is een interessant traject om deze zelfbinding nader uit te werken en hiermee een extra loot aan democratische vernieuwing toe te voegen.

Kortom: Laten we werk maken van de aanbevelingen van de studiegroep en onze institutionele belangen in de koelkast zetten om ruim baan te geven aan de ontwikkelingen van regionalisering en horizontalisering. Dat alles voor een effectiever bestuurlijk Nederland.

Afbeeldingen

1  reacties

Bellen met Bernard 16-07-20 om 17:06

De redactie belde met Bernard ter Haar, en tekende op:

Dick Molenaar stipt in zijn column een aantal inhoudelijke punten aan, die ik (en de Studiegroep) zeker herken. We lopen inderdaad aan tegen het feit dat de regio geen bestuurlijke entiteit is, die deel uitmaakt van het Huis van Thorbecke. Regionalisering en horizontalisering (gelijkwaardige verhoudingen) knabbelen aan die structuur. Het Huis van Thorbecke is om die reden aan herijking toe. Na 170 jaar is dat ook niet zo vreemd. Maar tegelijkertijd ervaren we allemaal dat het beantwoorden van de hoe-vraag (hoe passen we ‘Thorbecke’ aan, aan de huidige tijd?) een uitdaging is. We zijn de afgelopen tientallen jaren niet veel verder gekomen dan een talrijke verzameling van rapporten en een geleidelijk proces van gemeentelijke herindelingen. 

Tegelijkertijd ervaren we met elkaar in onze dagelijkse praktijk dat we last hebben van onze huidige structuur. Zoals ook blijkt in de Zwolse regio, waar feitelijk vier provincies, met eigen beleid, processen en mores actief zijn. Het is hoopgevend dat Molenaar ziet, dat de samenwerking tussen regio en provincies echt verbetert. Maar hij constateert ook dat dit proces de nodige bestuurlijke drukte oplevert. Tegelijkertijd laat dit praktijkverhaal des te scherper zien, hoe belangrijk die regionale schaal eigenlijk is. Daar zit, in mijn ogen, dan ook een echte verbeterslag. 

Ik ben het eens met Molenaar dat deze vorm van samenwerken een zetje in de rug kan gebruiken. En ik ben het ook eens met de observatie dat budgetten daarbij kunnen helpen. Ik ben blij dat hij deze boodschap ook herkent in ons tussentijdse discussierapport van de studiegroep. Er zou inderdaad meer financiering gekoppeld moeten zijn aan opgaven in regio’s. 

Met meer samenhang in de regio-indeling van Nederland val took winst te boeken. Ik chargeer niet als ik stel dat ieder departement zijn eigen regioindeling heeft gemaakt, en sommige departementen meer dan één. Vaak overigens in samenspraak met de betreffende sectorvertegenwoordigers in de regio’s. Als we eens goed met elkaar zouden nagaan, welke indelingen we over elkaar heen kunnen leggen, dan komt dat de onderlinge samenwerking zeker ten goede. 

Daarmee is deze problematiek niet opgelost. Ook op het democratische proces kunnen we nog voortgang boeken. Waarbij Molenaar stelt dat ‘zelfbinding van democratische organen aan gezamenlijke afspraken’ kan helpen. Ook dat leest hij terug in ons Tussenrapport. Molenaar suggereert dat gemeenteraden en Staten doelen aan de voorkant stellen. Dat zou een goede manier zijn om regionaal te werken. Goed met elkaar afspreken welke richting je opgaat, en tijdens de rit feedback inbouwen om te kijken of de bestemming nog steeds de goede is en of je daar ook inderdaad op afstevent. Dat leidt tot een effectiever bestuurlijk Nederland. Het zou mooi zijn de regionale structuur beter inhoud te geven. Het zou het bestuurlijke werk zeker vergemakkelijken Maar elke structuur kent uiteraard ook weer grenzen. Je zult dus bestuurlijk en inhoudelijk altijd over grenzen heen moeten kunnen werken. Daarvoor is bestuurlijke ruggensteun onontbeerlijk: dat hebben ze in Zwolle goed laten zien. Als je écht wil, dan lukt het wel. Neemt niet weg, dat we het gemakkelijker kan maken. 

Tot slot: Ik lees in de column van Molenaar veel waardering voor het discussiedocument. Ik zie daarin ook een enorme uitdaging voor het eindrapport: Hoe zetten we niet alleen een goede analyse neer van de interbestuurlijke en financiële verhoudingen, maar bieden we de bestuurders bij alle overheden ook praktische handvatten om de komende periode effectiever met elkaar aan de slag te kunnen op de veelheid van maatschappelijk opgaven die urgent om actie vragen.

Waarbij de grote uitdaging is en blijft om het nu ook samen waar te gaan maken. Opschrijven is in die zin gemakkelijk, papier is geduldig: ‘the proof of the pudding is in the eating.’ En daar zijn we met elkaar aan toe.  

Cookie-instellingen