Co Verdaas: ‘Als ik het voor het zeggen had ….’

25-05-2020
901 keer bekeken 1 reacties

Ik hoefde niet lang na te denken over het antwoord op de vraag “wat zou jij doen als je het voor het zeggen had?”. Ik denk dat iedere bestuurder daar wel eens van droomt.

Co Verdaas

Ik zou alle middelen voor de fysieke leefomgeving bundelen en als norm instellen dat we alleen investeren als de samenhang tussen opgaven ermee gediend is. En alleen als het echt niet anders kan, dan zijn sectorale investeringen nog mogelijk. Een nieuwe norm dus, waarmee het in de praktijk lastig wordt om sectoraal te werken, in plaats van zoals nu, vanuit sectorale belangen tot samenhang te komen.

Vooropgesteld: ik geloof in de kracht van de democratie. Democratie maakt dat de verschillende belangen op tafel komen, opvattingen met elkaar botsen, extremen de scherpe kantjes verliezen en extremen het midden dwingen tot reflectie en bijstelling. De keerzijde is dat besluitvorming soms wat lang duurt. Een op deelbelangen georiënteerde politiek is genoodzaakt tot compromissen te komen, niemand heeft het immers in zijn eentje voor het zeggen. Een negatieve bijwerking is dat deze vorm van democratie rugwind geeft aan critici die het functioneren van de democratische rechtsstaat ter discussie stellen. Immers, het verwijt dat beloften keer op keer worden gebroken wordt elke keer bewaarheid in een coalitieland. 

De gegroeide oriëntatie op deelbelangen heeft ertoe geleid dat we de afgelopen decennia een stelsel hebben gebouwd waarbij vele sectorale belangen hun eigen wettelijke stelsel en bijbehorende middelen hebben verworven. Daar is ook veel goeds mee gerealiseerd. Geen twijfel over mogelijk.

Echter, de inrichting van Nederland is veel meer dan een optelsom van deelbelangen: willen we voorzien in de woningbehoefte dan zijn er nog een miljoen woningen nodig de komende 10 tot 15 jaar. Die opgave raakt direct aan vraagstukken rondom bereikbaarheid, gebruik van de ruimte, ons watersysteem en vele andere zaken. Denk daarnaast aan de discussies over stikstof, PFAS, de landbouw, de biodiversiteit, et cetera. Ongeacht waar je staat in het politieke spectrum, dat deze ontwerpen met elkaar samenhangen zullen slechts weinigen ontkennen.

Dat inzicht is de afgelopen jaren overigens op veel plaatsen gegroeid. De Omgevingswet en de NOVI illustreren dat ook het Rijk hier steeds meer van doordrongen raakt. We moeten vraagstukken integraal benaderen, zo luidt het nieuwe motto. Vrijwel iedereen is het er ook mee eens.

De praktijk is echter weerbarstig. De gegroeide praktijk van sectorale fondsen maakt dat we in de uitvoeringspraktijk vanuit deelbelangen steeds weer moeten zoeken naar samenhang en de bijbehorende middelen. Dat valt nog niet mee. In een samenhangende gebiedsgerichte aanpak is immers niet altijd duidelijk welke euro aan welk doel wordt besteed en dat maakt fondsbeheerders huiverig om vanuit samenhang hun inzet te plegen. Begrijpelijk en deze constatering is zeker niet als verwijt bedoeld. Tevens werkt de verantwoordingscyclus in de hand dat het in de praktijk lastig is vraagstukken vanuit de samenhang te benaderen. 

Ik weet, de meest dromen zijn bedrog. En als het gaat om de droom van alleenheerschappij is dat maar goed ook. Maar als het gaat om de droom veel meer te gaan werken vanuit samenhang hoop ik dat mijn droom ooit werkelijkheid wordt.

Afbeeldingen

1  reacties

Bellen met Bernard 05-06-20 om 11:15

Elke week belt de redactie met Bernard ter Haar om de reacties op de column door te nemen. Zijn reactie:

 

Ik ben het met Co Verdaas eens als hij stelt dat onze historisch gegroeide oriëntatie op deelbelangen ertoe heeft geleid dat we een stelsel kennen, waarbij vele sectorale belangen hun eigen wettelijke stelsel en bijbehorende middelen hebben verworven. En ik ben het ook al met Verdaas eens dat die sectorale aanpak slecht aansluit op onze huidige vraagstukken. Onze Rijksoverheid is ingedeeld naar de grote vraagstukken uit de 1ste helft van de vorige eeuw. En inderdaad: dat past anno nu niet meer. Onze vraagstukken vragen om een andere aanpak. 

Dus we moeten zowel een nieuwe sectorale indeling bedenken, als onze budgetten herordenen. Aan de NOVI zien we overigens hoe moeilijk het is om integraler te denken. De integraliteit valt als het praktisch wordt al snel weer uiteen in de oude sectorale insteken. 

Zoals Verdaas al aangeeft: het woningmarktvraagstuk alleen al raakt aan dossiers als energietransitie, stikstof, PFAS, landbouw en water. Dus is ‘integraliteit’ in dat domein een logisch antwoord. Verdaas stelt vast dat het logisch zou zijn om ook onze budgetten integraal toe te kennen. Dat is nu niet het geval. Dat levert bij de financiële verantwoording soms problemen kan: in een samenhangende gebiedsgerichte aanpak is immers niet altijd duidelijk welke euro aan welk doel is besteed. 

Een nieuwe, geclusterde indeling zou wellicht een mooie volgende stap zijn. De sectoren in het fysieke domein hebben veel met elkaar van doen, dus is het logisch om die dan ook écht integraal te benaderen. Datzelfde geldt voor het sociale domein. Zo zouden nieuwe, samenhangende maar wel duidelijk van elkaar te onderscheiden eco-systemen kunnen ontstaan. Een nieuwe ordening, die een antwoord biedt op de vraagstukken van de 21ste eeuw. Zo zou je kunnen denken aan een eco-systeem rond veiligheid, rond het sociale domein, het fysieke domein en rond marktordening. En zou je ook zeker aan een  eco-systeem rond digitalisering moeten denken. Vijf domeinen, die interne samenhang vertonen, maar extern onderscheidend zijn. Het zou de uitvoeringskracht van het publieke domein enorm ten goede komen.

Cookie-instellingen