Column: Ook overheden hebben een VAR nodig

01-05-2020
811 keer bekeken 2 reacties

Alleen ‘samen krijgen we het Corona-virus in Nederland eronder’. Met deze leus roept de overheid ons op om het samen te doen. Deze aanpak lijkt te werken. Zouden we vaker moeten doen als gezamenlijke overheden.

De noodzaak wordt alleen maar groter nu de economie en de overheidsfinanciën helemaal uit het lood zijn geslagen. Maar de ervaring leert dat alleen roepen ‘samen de schouders eronder’, niet genoeg is. We zullen ook moet breken met enkele hardnekkige gebruiken in onze interbestuurlijke samenwerking. 

Staf Depla (fotograaf: Jean Pierre Reijnen/DCI Media)

In 2012 sloot de Rijksoverheid met de zorgverzekeraars en zorgaanbieders een akkoord dat het aantal bedden in ggz-klinieken met één derde zou worden afgebouwd. Een groot deel van de circa 250.000 mensen met ernstige psychische problemen zijn beter af als ze in hun eigen omgeving een zoveel mogelijk normaal leven kunnen leiden. Opvallend is dat gemeenten en woningcorporaties in 2012 niet aan tafel zaten toen dit akkoord gesloten werd. Er leek niet aan gedacht dat gemeenten en woningcorporaties moesten zorgen voor woningen voor deze mensen. En als je het aantal bedden in klinieken afbouwt is meer en betere hulp buiten de kliniek nodig. Sinds de decentralisaties moeten de gemeenten hier een groot deel van verzorgen. Aan de bewoners die meer moeten omkijken naar mensen die meer zorg nodig hebben die in hun buurt komen wonen was al helemaal niets gevraagd. 

De rekening van een deel van deze operatie kwam zo op bordje van gemeenten terecht. De discussie verschoof daarom al snel van hoe de gezamenlijke overheden de mensen met psychische problemen het beste konden helpen naar wie betaalt de rekening.
Het Rijk gedraagt zich als een slechte verzekeraar. Ze betalen zo min mogelijk uit. En de gemeente gedragen zich als een claimende klant. Dit gedrag van het Rijk en gemeenten zien we ook bij de decentralisatie van bijvoorbeeld de jeugdzorg. Dit soort discussies zuigen alle energie weg om samen als ware we één overheid de problemen van mensen in de ggz op te lossen. Daarom moet er een geschillenbeslechting komen voor financiële onenigheid tussen overheden. Dat is niet geregeld in artikel 2 van de Wet financiële verhoudingen. In Australië hebben ze zoiets. En ook de Staatscommissie Remkes en de Raad van State adviseren het. Dus laten we dat snel regelen. Ook overheden hebben een VAR nodig!
 

Afbeeldingen

2  reacties

Herman Mensen 30-04-20 om 21:29

Een interessante gedachte van Staf Depla om een instantie in het leven te roepen om financiële geschillen te beslechten tussen overheden. Overigens is ook in het verleden het nodige geschreven over het onderwerp van bestuursgeschillen. Ik meen dat ca 10 jaar geleden de Vereniging juridische kwaliteitszorg lokaal bestuur hieraan een congres heeft gewijd. Een jaar geleden heeft minister Ollongren nog een brief aan de Kamer gestuurd over de beslechting van bestuursgeschillen in het algemeen. Aanleiding was een rapport van de Rijksuniversiteit Groningen. In haar reactie gaf zij aan dat zij alles afwegende van mening is dat, gezien het zeer geringe aantal zuivere bestuursgeschillen dat bij de rechter voorligt, voldoende vormen van alternatieve geschilbeslechting bestaan die kunnen voorkomen dat zuivere bestuursgeschillen worden voorgelegd aan de rechter.

Ik ben me er zeer wel van bewust dat het af en toe voorkomt dat mede-overheden er financieel bekaaid vanaf komen als zij nieuwe taken toebedeeld krijgen. Soms gaat het debat dan over de hoogte van de compensatie, maar vaak ook over de juiste verdeling van de beschikbare financiële middelen tussen mede-overheden. Ik ben (met respect voor de wijze woorden van de Staatscommissie-Remkes, de Raad van State en de heer Depla hierover) echter om een aantal redenen ook geen voorstander van een dergelijke geschillenbeslechting voor financiële onenigheid tussen overheden.

In de eerste plaats omdat we in ons staatsbestel voldoende bestuurlijke en politieke mogelijkheden kennen om ervoor te zorgen dat mede-overheden boter bij de vis krijgen. Een geschilbeslechtende instantie kan het reguliere financieel-bestuurlijk overleg tussen overheden te gemakkelijk ondermijnen. Partijen kunnen in voorkomende gevallen immers de hete aardappel eenvoudig doorschuiven naar de geschilbeslechtende instantie. Op die wijze worden overheden te gemakkelijk beloond voor het niet nemen van de eigen bestuurlijke verantwoordelijkheid en voor eigen bestuurlijk onvermogen. 

Trouwens, in de tweede plaats zal in geval van een financieel geschil tussen overheden een (onafhankelijke) geschilbeslechtende instantie praktisch weinig kunnen betekenen. Bij financiële geschillen gaat het in de kern om belangengeschillen op basis van financiële inschattingen, en niet of nauwelijks om juridische geschillen over rechtmatigheidsvraagstukken. De beslissing over te compenseren bedragen is uiteindelijk een politieke (beleids)keuze. Dergelijke geschillen lenen zich nauwelijks voor onafhankelijke geschilbeslechting. Hooguit kan een onafhankelijke instantie partijen nog eens oproepen er in onderling overleg uit te komen.

 

 

Bellen met Bernard 12-05-20 om 9:07

Elke week belt de redactie met Bernard ter Haar om de reacties op de column door te nemen. Bernard ter Haar stelt dat hij neigt naar ‘ja, dat is een goed idee’ en legt uit waarom: 

In zijn column stelt staf Depla voor om een VAR (een arbiter) aan te stellen, die objectief kan vaststellen, of het aan een andere overheid toegekende budget toereikend is voor de taakuitoefening. Een prikkelende gedachte.

En ik lees bij Herman Mensen dat hij herkent dat het af en toe voorkomt dat mede-overheden er financieel bekaaid vanaf komen als zij nieuwe taken toebedeeld krijgen. Maar ik lees ook dat Mensen juist geen voorstander van de instelling van zo’n arbiter is. Daarvoor heeft hij een aantal argumenten op een rij gezet. Er zouden al voldoende bestuurlijke en politieke mogelijkheden zijn om ‘je gelijk’ of ‘recht’ te halen. En als er zo’n arbiter is hebben partijen wellicht de neiging om hun verantwoordelijkheid te ontlopen. En daarnaast stelt Mensen vast, dat ‘budget toekennen’ waarschijnlijk nauwelijks een juridische grondslag kent, maar vooral een politieke keuze is. 

Wie gelijk heeft? Ik geef toe: er zitten voor- en nadelen aan het instellen van zo’n ‘arbiter’. Toch neig ik naar ‘ja, een arbiter is een goed idee.’ Mijn voornaamste punt om wel een arbiter in te willen stellen, is dat het kan bijdragen aan meer gelijkwaardigheid in de relatie tussen Rijk en decentrale overheden als het om de financiën gaat. Nu is er vaak onenigheid over het toegekende budget, en kan er lang gepraat worden zonder dat consensus wordt bereikt of een werkelijke oplossing dichterbij komt. Juist daardoor is er vaak sprake van een verzuurde vorm van samenwerken tussen Rijk en gemeenten. 

Maar in mijn analyse gaat de onenigheid niet alleen over budgetten. Problemen ontstaan al eerder door een stroeve, ongelijkwaardige samenwerking op de inhoud van nieuw beleid. Gemeenten vinden vaak dat ze niet op tijd betrokken worden of als gelijkwaardige partners van het Rijk behandeld worden. De GGZ-casus, die Depla noemt is daar een voorbeeld van. Onderhandelingen over nieuwe taken resulteren dan vaak in een geforceerde budgetafspraak. Waarbij een gevoel van gelijkwaardigheid niet -automatisch- vanzelfsprekend is. 

Een arbiter ‘aan de voorkant’ draagt bij aan gelijkwaardigheid
De belangrijkste reden om een arbiter in te stellen, is dus om ervoor te zorgen dat het Rijk er – in gelijkwaardigheid- met een partner uit moet willen komen, op inhoud en op budget, en dat in een goede balans met elkaar. Let wel, zo’n arbiter is alleen een oplossing als je samen goed in gesprek bent, en er dan samen niet uit kan komen. Net als in een huwelijk heeft mediation alleen zin, als je er samen uit wil komen. Dus: als je het met elkaar erover eens bent, dat je geen overeenstemming hebt kunnen vinden over de balans tussen inhoud (het nieuw vorm te geven beleid en takenpakket) en geld (het toegekende budget). En ja, de democratische legitimiteit van zo’n arbiter, dat is misschien wel wat ingewikkeld. Maar de arbiter kan wel een oordeel vellen of de balans deugt, of niet. En dan is het weer aan beleid of politiek om ofwel je ambities bij te stellen, dan wel meer budget toe te kennen. 

Cookie-instellingen